achtergrond

Geenstijl

Arthur van Amerongen - Izz ad-Din Ruhulessin: Als ik een glas wijn op een terras wil drinken tijdens de ramadan, dan doe ik dat gewoon, als pre-iftar borrel

Soep van de Week in het StamCafé

Izz ad-Din Ruhulessin (1986) is software- en systeemarchitect, publicist, Volkskrant-columnist, kritisch D66-lid en ex-moslim. Hij schrijft over racisme, diversiteit, radicalisering en islam. Hij werd landelijk bekend toen hij in 2009 als moslim op het Binnenhof wilde bidden. Izzy is een vriend van de show. Ik reken hem tot de categorie Ehsan Jami en Keyvan Shabazi. GeenStijl schreef dit over hem, en recentelijk natuurlijk dit, over gedonder rond zijn Volkskrant-column over Femke Halsema. Hij was gisteren anderhalf uur lang te gast in de ziopotkast Joffietoffie die ik samen met Ruben Gischler en Willem Davids maak. We bespraken zware theologische onderwerpen, en veel over de soms wat lastige relatie tussen mohammedanen en Joden. Maar we waren vooral benieuwd naar zijn ervaringen als columnist bij de Volkskrant.

Izzy: die geruchtmakende column over Femke Halsema ging mis op een heel droge, saaie manier. Daarin verwees ik naar een brief van een 11-jarige leerling, die de burgemeester kreeg tijdens een werkbezoek aan een islamitische basisschool in Amsterdam, na de Jodenjacht en de Maccabi-rellen. In die brief staan dingen over Joden en moslims die volgens de brief neven zijn, en dat we goed moeten zijn voor de bomen, de dieren, de mensen en de anderen. Het eindigt met een deel van koranvers, dat begint met: 'Wij hebben de kinderen van Israël voorgeschreven…'  De brief staat nog op het LinkedIn-wandje van Halsema, iedereen kan hem lezen. Ik vond het meteen ongeloofwaardig dat een kind van elf zoiets schrijft. Die bomen zijn de stokpaardjes van islamitische apologeten, ook wel islamknuffelaars genoemd. Die roepen dat je volgens de islam zelfs tijdens een oorlog geen bomen mag vernietigen (maar je mag natuurlijk wel seksslaven nemen en misbruiken). De tekst “wie een ziel doodt anders dan voor doodslag of corruptie op aarde, is alsof hij de hele mensheid heeft gedood” laat al een exitclausule open om mensen te doden die doodslag plegen of corruptie op aarde. Dat is op zich al problematisch: dat de burgemeester van de hoofdstad van Nederland, de gay capital of Europe, het huis van Spinoza, zo’n tekst op haar LinkedIn zet. Want corruptie op aarde – fasad fil-ard – staat in de top drie executieredenen van het Iraanse regime. In essentie kan alles eronder worden verstaan. In de praktijk wordt het gebruikt tegen dissidenten, homo’s, ketters, heksen, mensen die de verkeerde boeken lezen of muziek maken. Ik heb eens een artikel gelezen over milieuactivisten die met deze beschuldiging ter dood zijn veroordeeld. Iedereen die een autoritair, conservatief, patriarchaal regime tegenspreekt, kan van corruptie op aarde worden beschuldigd. Het is niet alleen in Iran zo maar ook in Saoedi-Arabië waar je de doodstraf kan krijgen voor homoseksualiteit, ketterij en afvalligheid. Het is geen specifiek sjiitisch of soennitisch leerstuk. De column over Halsema werd verwijderd en later weer teruggeplaatst. In de oorspronkelijke versie was mijn tekst een beetje dubbelzinnig: die kon gelezen worden alsof Halsema de brief zelf had geschreven, en niet dat ze hem tijdens een werkbezoek van een leerling had ontvangen. Een Woo-verzoek over dit werkbezoek, daterende van april, is tot op heden nog niet opgeleverd. De eindredactie zei: "Kijk er nog maar eens even naar." Toen hebben we dat doorgenomen en ik heb nog wat stilistische wijzigingen gedaan. De titel wordt altijd door de eindredactie bepaald. Meestal geef ik een suggestie, maar die laatste titel is door hen gekozen. Persoonlijk vind ik mijn eigen titels altijd beter, om de simpele reden dat ik ze zelf heb bedacht. Wat er toen gebeurde, is allemaal keurig uitgelegd door mijn vrienden van GeenStijl.

In mijn column over de manosphere (alweer een rel, haha), schreef ik dat de manosphere geen probleem was toen die nog islam heette. Ik schreef: Bij een D66-bijeenkomst stelde ik eens: ‘We moeten patriarchale opvattingen bestrijden, of die nu komen van Abraham Kuyper’, onder instemmend geknik, ‘...Andrew Tate’, om na een korte, zwangere pauze te besluiten: ‘of de profeet Mohammed’. De meltdown die daarop volgde kunt u zich vast voorstellen. Vrijheid en gelijkheid maken echter geen onderscheid. Dat deden de etnofeministen die nu fulmineren tegen de manosfeer wel.

Je ziet die hypocrisie continu terugkomen. Neem Kamerlid Ilana Rooderkerk van D66, met haar kritiek op de Forum-scholen. Het religieus onderwijs is binnen D66 een fundamenteel strijdpunt. Meisjes en jongens krijgen op de Renaissanceschool andere lespakketten. Dan denk ik: dat is sinds al jaar en dag de praktijk op islamitische scholen, en op sommige specifieke christelijke scholen ook. Waarom is het een probleem als Forum voor Democratie dat doet? Omdat Forum een makkelijk slachtoffer is. Als jij gaat morrelen aan het religieuze onderwijs, maak je niet alleen de moslims boos, maar ook de confessionele coalitiepartners. Die hypocrisie in de progressieve beweging moet weg. Ik ben zelf sociaal-liberaal,  maar net iets op een andere manier dan de andere sociaal-liberalen.

Binnen progressieve kringen is er een enorme angst voor het rechtspopulistische narratief. Heel veel punten die Geert Wilders en eerder Pim Fortuyn naar voren brachten over de islam en de multiculturele samenleving, waren valide problemen. Over de oplossingen kun je discussiëren, maar de probleemanalyse was in grote lijnen juist. Sinds Fortuyn is er geen echt ideologisch antwoord geformuleerd, maar wordt gezegd: jullie zijn slecht, wij zijn goed. Dat is hoe het progressieve narratief zich de afgelopen twintig jaar heeft ontwikkeld. Soms neemt het religieuze vormen aan: Trump is de grote Satan, Wilders de kleine. Je kunt heus kritiek hebben op de relatie tussen Big Tech en de journalistiek of de democratische samenleving. Maar het zijn geen monsters.

Het gebrek aan een ideologisch antwoord op het rechtspopulisme heeft geleid tot oppervlakkige verkettering van symbolen zoals Trump of Musk. Als columnist heb ik daarover geschreven: "Neem het rechtspopulisme serieus en kijk naar de wortels van hun narratief." Er ligt een soort bloed-en-bodem-ideologie aan ten grondslag: een volk dat losstaat van de individuen die het vormen, en bedreigd wordt door Anderen. Die duistere narratieven kun je analyseren. Die analyse mis ik. Als ik de individualistische grondslagen en de vrijheid consequent toepas die de progressieve beweging zegt te omarmen, dan wijzen de vingers net zo goed naar praktijken binnen die beweging zelf – in het bijzonder de identiteitspolitiek, die soms zelfs slechts een andere variant van bloed-en-bodem-denken is. Op 5 februari 2026 was er dat debacle met Soundos El Ahmadi en Bart Schols in De Afspraak, op de VRT. Ik heb het fragment bekeken en dacht: dit is precies het relevante vraagstuk. Soundos zat aan tafel om over haar show Witte Ruis te praten, en het gesprek kwam al snel op de onveiligheid van vrouwen in de openbare ruimte. Zij zei: wij vrouwen moeten nadenken als we over straat lopen, wij zijn overal onveilig, dit zijn keiharde cijfers, femicide, vrouwen worden vermoord door hun partner of ex. Bart Schols probeerde te nuanceren. Hij zei dat hij meerdere vriendinnen had die zich afvroegen “Waar hebben ze het over?”, en die zich wél veilig voelden. Hij stelde vragen over de omvang van het probleem. Toen viel Soundos helemaal over hem heen. Ze liet hem nauwelijks uitpraten en zei op een gegeven moment: “Jij gaat even stil zijn.”

Wat Bart eigenlijk zei, was: Ik ken vrouwen die zich wél veilig voelen. En dat is juist de kern. Waarom voelen sommige vrouwen zich wel veilig en andere niet? Welke omstandigheden leiden tot die discrepantie? In plaats van dat te onderzoeken, werd het een collectief frame: mannen versus vrouwen, statistieken versus anekdotes, en de toon schoot omhoog. Als opiniemaker is zo’n haakje leuk. Dus ik dacht: ik schrijf het op en stuur het naar De Morgen. Ik had nog nooit in De Morgen gepubliceerd. Ik schreef erbij: ik ben vaste columnist bij de Volkskrant, ik ben actief bij D66, ik heb een aantal moties over deze onderwerpen geagendeerd. De redacteur maakte er een bio van: "Izz ad-Din Ruhulessin is columnist bij de Volkskrant en lid van D66.” De column werd afgedrukt en op de website gezet. Zoals altijd deelde ik mijn werk trots in de D66-appgroepen. Rond een uur of drie ’s middags werd ik gebeld door de redactie van De Morgen: "D66 heeft contact met ons opgenomen, de bio moet veranderd worden." Ik was het daar helemaal niet mee eens. Hij ging overleggen en belde een uur later terug: de redactie heeft besloten het te veranderen in “progressief liberaal”. “Lid van D66” stond er niet meer. Ik was het nog steeds niet mee eens, maar ik wilde mijn relatie met die krant goed houden, dus ik zei: ik ben het niet eens, maar de beslissing is aan jullie. Toen hebben ze het veranderd. Ik stuurde een boze mail aan het bestuur van D66: ik heb vernomen dat er contact is opgenomen, hier zijn beide versies van de biografie, jullie hebben dat veroorzaakt, ik wil tekst en uitleg. Acht dagen later kreeg ik een vage, typisch bestuurlijke mail terug: we hebben dat gedaan om verwarring te voorkomen, er zouden vragen zijn geweest van leden. Wat die verwarring precies was, maakten ze niet concreet. Ik neem aan dat ze bang waren voor verwarring tussen de partijkoers en mijn persoonlijke standpunt. Bij D66 zijn onverkozen spin-doctors actief, die heel strikt de controle willen houden over het narratief. Iemand van de communicatieafdeling, waarschijnlijk met medeweten van het landelijk bestuur, heeft die de redactie benaderd. Ik heb daarna de Nederlandse Vereniging van Journalisten gemaild, abstract geformuleerd: een politieke partij benadert een krant om een biografie te veranderen. De NVJ vond dat principieel een slechte zaak.

Op congres 122 in oktober 2025 diende ik een motie over eergerelateerd geweld: patriarchaat moet bestreden worden, ongeacht de cultuur of de religie waar het vandaan komt. Die is aangenomen met 96 procent van de stemmen. De veiligheid van vrouwen is natuurlijk een belangrijk onderwerp. Maar de manier waarop dit debat (bij De Afspraak) gevoerd werd, droeg niet bij aan het verbeteren van die veiligheid. Er worden miljoenen uitgegeven in Amsterdam aan veiligheid van vrouwen. Wat is er gerealiseerd? Betere verlichting. Toxisch struikgewas is weggehaald. D66 heeft een pagina gemaakt op de website en die heet Mensen met een migratieachtergrond.

In de header staat een foto van een vrouw met een hoofddoek. Je kunt een eindeloos debat voeren over de vrijheid om een hoofddoek te dragen. Maar wat onbetwistbaar is: een hoofddoek is een symbool van de islamitische orthodoxie. Dat zijn niet de vrijzinnigen die een hoofddoek dragen. Op het moment dat je zoiets spontaan op je website zet, kies je partij voor de orthodoxie. Enerzijds willen ze de seculiere, vrijzinnige moslim op de lijst. Die moet binnengehaald worden. Maar in het bredere narratief wordt toch aangehaakt bij de islamitische orthodoxie. Dat is de hele schizofrene houding van deze partijen.

Ik ben nog steeds lid van D66 en ik ben niet van plan mijn lidmaatschap op te zeggen. Ik ben lid geworden vanwege de oorspronkelijk vrijzinnige idealen van Hans van Mierlo en Els Borst: tegen de regenten, het politieke bestel openbreken. D66 is natuurlijk al heel lang regeringspartij. Aan het begin van deze eeuw zaten ze in een existentieel dieptepunt. Ze wilden zichzelf bijna opheffen. Toen is er een andere koers ingezet. Nu is er een soort regentencultuur ingeslopen. Dat is een best wel fundamenteel breekpunt binnen de partij, tussen de leden en het establishment. Daar sta ik vaak aan de deur te morrelen, met afwisselend succes. Ik zou graag zien dat die vrijzinnige idealen van Hans van Mierlo en Els Borst weer wat nadrukkelijker in het D66-narratief terechtkomen. Het moet geen baantjesmachine zijn voor het old-boys-netwerk – waar tegenwoordig ook meisjes bij mogen – naar bestuurlijke functies. Dat is niet waar een politieke partij voor bedoeld is.

Ik noemde mezelf weleens salafist. Ik haalde in die tijd GeenStijl. Wat trok mij aan in het salafisme? Eigenlijk niks. De islam was voor mij de ultieme daad van autonomie. In de periode 2005 tot 2008 woonde ik in Den Bosch. Er was de commissie-Blok geweest, Paul Scheffer met het multiculturele drama, Pim Fortuyn, de moord op Fortuyn en Theo van Gogh. Er was een stramien van integratie en bruggen bouwen, een soort keurslijf. Ik wilde gewoon niet meedoen. Er zit iets in mij dat ik niet mee wil doen aan een keurslijf. Daardoor trok de islam aanvankelijk mijn aandacht. Het was een soort verboden vrucht. Jihadisme interesseerde me niet per se. Voor heel veel jongeren is dat een soort kinderlijke fantasie. Voor mij was het vooral intellectuele fascinatie. De beloftes van de vrije samenleving hadden gefaald. Ik wilde een alternatief onderzoeken en probeerde consistent door te redeneren: de Koran als grondslag, dan daarop doorredeneren. Na een jaar of twee, drie was het wel mooi geweest om op basis van de Koran intellectueel consistent een wereldbeeld te vormen. Maar de prijs die anderen daarvoor betalen is hoog. Een samenleving op basis van de principes van de Koran is geen aangename plek voor vrouwen, seksuele minderheden, andersdenkenden, ketters, heterodoxen. Kijk naar Iran. Toen dacht ik: "Dit is geen verdedigbaar standpunt…"  Toen heb ik het opgegeven.

Ik beleefde de islam nog een tijd cultureel georiënteerd, ging naar de iftars en de andere dingen die bij de dagelijkse islam horen. Op een gegeven moment had ik daar ook geen zin meer in. Uiteindelijk zit je in een label. Of als salafist, of als moslim. Niet alleen in de media, ook in het dagelijks leven. Een mens moet individu kunnen zijn en zichzelf definiëren. Als jij ervoor kiest om een bepaald leven te leiden en je schaadt anderen niet, prima. Maar op het moment dat jij in zo’n label zit, activeer je een heel script. Bijvoorbeeld op de werkvloer: voormalige moslims die er Marokkaans uitzien of Marokkaanse namen hebben, worden aangesproken met "Salam alaikum, broer, waarom vast jij niet? Ga je mee bidden?"  Er is niet genoeg sociale veiligheid om te zeggen: "Luister, ik ben geen moslim meer." Ik heb het zelf meegemaakt. Ik ging bij een multinational werken als software consultant. Daar was een schoonmaakploeg met (voornamelijk) mensen met Marokkaanse voorouders, zo veronderstel ik althans. Zij hadden besloten dat ik ook voorouders in Marokko had en ook moslim was. Mijn manager had bij het koffiezetapparaat opgevangen dat zij over mij zeiden: "Dat is echt een rare Marokkaan, hij komt nooit een praatje maken." Als ik tussen Marokkanen of soms Turken kom, wordt er vanuit gegaan dat ik ook voorouders uit Marokko heb. Mijn bezwaar tegen al die categorieën: jij moet je verhouden tot een categorie waar je niet zelf voor hebt gekozen. Op een gegeven moment had ik daar geen zin meer in. Ik wil gewoon zelf kiezen. Als ik een glas wijn op een terras wil drinken tijdens de ramadan, dan doe ik dat gewoon, als pre-iftar borrel.

Ik geloof niet dat je een grote groep mensen kunt heropvoeden zonder in Noord-Korea of Iran te belanden – en zelfs daar lukt het niet. Ik geloof niet dat de islam theologisch hervormd kan worden. Je hebt een grondtekst. Natuurlijk moet je vrij zijn om het geloof te verlaten of homo te zijn. Maar voor elke miljoen euro die wij aan queer-moslimkunstenaars geven, gaan er honderd miljoen naar de orthodoxe stichtingen. Dat is een losing game. Wij moeten een staat en een samenleving hebben die de boodschap van individuele vrijheid uitdraagt: vrijheid is ook voor jou, ook als je moslim bent. Een inclusieve islam is een leuk project, maar ik zie er niet veel heil in.

Wat ik wel vind: een samenleving moet vrijheid uitdragen. Opiniemakers, publicisten, politici, de staat zelf. Wij hebben bepaalde vrijheden en die zijn er voor iedereen. Ook als jij toevallig geboren bent in een religieuze omgeving of voorouders in het buitenland hebt. Dat is een veel betere weg dan wat de wethouder in Amsterdam deed in het diversiteitsbeleid: we definiëren een groep – moslims – maken een beleidsnota, geven geld aan queer-moslims en alternatieve moslims, en dan zal het wel goed komen. Uiteindelijk verschuif je de bijstandsuitkering dan naar de gemeente en moet er af en toe een kunstwerkje gemaakt worden.

Dit wil je ook lezen

Tip de redactie

Wil je een document versturen? Stuur dan gewoon direct een mail naar redactie@geenstijl.nl
Hoef je ook geen robotcheck uit te voeren.